De weg van Etty Hillesum naar Westerbork en Auschwitz

door John Jorna

 

Etty Hillesum was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940 een jonge vrouw van 26 jaar. Zij was in Deventer geboren in een wat chaotisch gezin van een vader, die zich meestentijds opsloot in zijn studeerkamer en een moeder, die lerares Russisch was, een dominerende, maar nogal chaotische vrouw. Etty had haar gymnasium gehaald en haar doctoraal rechten en ze studeerde nog Slavische talen in Leiden. Deze intelligente vrouw was niet tot een stabiele levensstijl gekomen. Ze kende veel relaties, maar voelde zich nooit goed, ook lichamelijk niet.
Dat alles veranderde, toen Julius Spier in haar leven kwam. Hij was van oorsprong een Duitse bankier van Joodse afkomst, die naar Amsterdam gevlucht was en nu aan handlijnkunde deed en mensen mentale begeleiding gaf. Etty leerde hem kennen, toen zij werd gevraagd als proefkonijn bij een sessie tijdens een cursus handlijnkunde. Ze was aanvankelijk sceptisch, maar besloot toch bij Spier in therapie te gaan. Dat betekende een omslag in haar leven, want Spier zorgde voor de structuur, die zij haar leven altijd gemist had en zo kon zij in korte tijd een diepgaande ontwikkeling doormaken. Zo is het verhaal van Etty Hillesum illustratief voor de vorige themadag bij Mill Hill in Oosterbeek, die onder leiding van mevrouw Bep Meereboer gewijd was aan de geestelijke weg. Nu was pastoraal werkster in ruste Bärbel de Groot-Kopetzky, die ons meevoerde op de weg door het bijzondere leven van Etty Hillesum.

Haar relatie met Julius Spier
Spier geeft Etty de opdracht een dagboek bij te houden. Alles wat zij meemaakt, al haar emoties, gevoelens en gedachten komen er in naar voren. Zo krijgt zij inzicht in haar leven en kan zij orde scheppen in de chaos. Spier heeft haar eerst zelfvertrouwen gegeven en leidt haar dan uit de chaos naar een geordend leven. Hij leert haar wat gemakkelijker omgaan met lichamelijke probleempjes en haar wisselende stemmingen en hij leert haar God te ontdekken en met Hem in gesprek te komen. Etty was opgegroeid in een gezin, waar religie geen rol speelde. Nu komt zij tot bidden en ontwikkelt zij een relatie met God. Zij gaat de Bijbel lezen en ook theologische boeken naast de Russische literatuur, waarmee ze bij haar studie kennis had gemaakt. Het wat oppervlakkige vlindertje wordt een serieuze en gevoelige snel volwassen wordende vrouw. Ze blijft een gevoelsmens met een zeer actief liefdesleven, waarop soms wel te veel de aandacht is gevestigd geweest.

 

Haar relatie met God en met de medemens
Naast haar dagboeken zijn er ook brieven van Etty, onder andere uit Westerbork bewaard gebleven. Zij gaf de dagboeken aan een vriendin met de opdracht ze aan haar geliefde, Klaas Smelik te geven als zij niet terug zou komen. Een zoon van Klaas Smelik heeft pas in 1981 een uitgever gevonden voor een selectie uit haar dagboeken en brieven en sindsdien zijn de boeken in vele talen vertaald.
Etty werd assistente van Julius Spier in zijn praktijk en trad ook in dienst bij de Joodse Raad. In die functies kon ze velen tot steun zijn door goed te luisteren en goede raad te geven. Zij blijft over haar ervaringen met de mensen nadenken, ook in Westerbork en zo wordt zij wel “Het denkende hart van de barak” genoemd, tegelijk ook de titel van een boek met dagboekfragmenten en brieven. Zij heeft er bewust voor gekozen haar ouders naar Westerbork en uiteindelijk Auschwitz te vergezellen, goed wetend, wat haar te wachten stond. Ze had gemakkelijk kunnen onderduiken.
Stap voor stap ontwikkelt zich haar relatie met God. In haar leven was er nooit een plaats voor God geweest. En dan noemt zij in haar dagboek opeens Zijn naam. Wie beloont jou voor jouw leven, vraagt zij zich af. Is het God, die jou betaalt? Is dat een redding voor haar? Wat heeft het leven eigenlijk voor zin? Enkele maanden later begint ze met elke dag een half uur te mediteren. Zo ontdekt ze God in de muziek van Beethoven. Ze realiseert zich, dat God Liefde is en zij ontdekt God in zich zelf. “Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put; dan is god begraven. Dan moet Hij weer opgegraven worden.” Zij komt ook tot bidden en constateert verbaasd, dat zij geknield ligt om God te danken. Een smeekgebed voor zich zelf vindt ze maar niks. Meestal bidt ze voor anderen. Zij gaat ook de bijbel lezen. De passage over de liefde in de brief van Paulus aan de Korintiërs pakt haar en ook het evangelie van Matteüs boeit haar. daar zegt Jezus de Apostelen, die Hij uitzendt, dat ze voor Stadhouders en Koningen zullen worden geleid, maar dat ze zich niet bezorgd hoeven te maken.
Etty Hillesum is niet uit Auschwitz teruggekeerd. Haar dagboeken en brieven vormen een monument van waarachtige menselijkheid. Zo blijft zij de mensheid dienen. Velen worden door haar geïnspireerd.

 

Margreet Blanken
In het middagprogramma trad Margreet Blanken op, die als was zij Etty aan de hand van citaten uit haar dagboeken vertelde over wat zij meemaakte, over wat zij voelde en dacht. Door de voorafgaande lezing van Bärbel de Groot Kopetzky overtuigde deze voorstelling nog veel sterker. Etty werd echt ten leven gebracht.

 
   
 
AMARE ET SERVIRE