Trappistinnen:
asielzoekers in eigen land |
door Paul Bolwerk
Oprukkende
nieuwbouw is de belangrijkste reden voor de trappistinnen van abdij
Onze Lieve Vrouw van Koningsoord om Berkel-Enschot te verlaten. Ze zoeken
de stilte op. Achter nationaal sportcentrum Papendal in Arnhem bouwen
ze momenteel een nieuwe abdij. Door de komst van dertigers heeft de
kloostergemeenschap weer volop toekomst.
Dagindeling
Trappistinnen
**
03.45 uur opstaan
** 04.05 uur nachtwake en meditatie
** 05.30 uur ontbijt
** 07.15 uur lauden en eucharistie
** 09.30 uur terts
** 09.45 uur arbeid
** 12.15 uursext
** 12.30 uur middagmaal
** 14.15 uur noon
** 14.30 uur arbeid
** 17.00 uur vespers
** 17.45 uur avondmaal
** 19.25 uur completen
** 20.00 uur nachtrust
|
Beschaamd
slaat zuster Lieve de hand voor de mond. „Hier mogen we helemaal
niet praten." Zonder nadenken is ze, druk in gesprek met abdis
Benedict en de gast, de refter - eetzaal - van abdij onze Lieve Vrouw
van Koningsoord in Berkel-Enschot binnengelopen. De 'keukenzuster' kijkt
verschrikt op. Ze verslikt zich bijna in haar soepje, de soepkom in
haar handen blijft daarna minutenlang onaangeroerd.
Zuster Benedict, de moeder-overste van de abdij, schiet in de lach.
Ze legt de huisregels uit. De abdij kent plekken waar gesproken mag
worden en plekken waar gezwegen moet worden. De refter is zo'n plek
van gewijde stilte. Op vaste tijden scharen de zusters zich zonder een
woord met elkaar te wisselen aan de tafels, die in een U-vorm in de
eetzaal staan opgesteld. Met aan het hoofd abdis Benedict, priorin (tweede
overste) Lieve en de cantrix. Op de langgerekte tafels staan houten
kommen, waarop de houten naambordjes van de kloosterlingen liggen. Ook
het bestek is van hout. `Om getik te voorkomen'.
“Internetzusters”
Het lijkt zo tegenstrijdig .
Een strenge kloostergemeenschap
gestoeld op een vroegmiddeleeuwse oorspring,
op internet.
De trappistinnen van abdij Onze Lieve Vrouw van Koningsoord
in Berkel-enschot beschouwen zwijgzaamheid als een grote deugd,
maar ze willen de wereld deelgenoot maken
(’dichter bij elkaar, dichter bij God') van hun gebeden
en kerkgezang.
Hun getijdengebed is zeven maal per dag
op www.katholieknederland.nl
live op internet te beluisteren.
In hun kloosterkerk hangt ook een webcam,
waarop de kerkgang van de zusters op elke eerste zondag
(om 17.00 uur) van de maand live is te volgen.
Dat geldt ook voor bepaalde vieringen
op katholieke hoogtijdagen, zoals Eerste Kerstdag.
|
Zwijgzaamheid wordt
als een van de belangrijkste waarden beschouwd binnen de Orde van de
Cisterciënzers van de Strikte Observantie, waartoe Koningsoord
behoort. De zusters leiden een monastiek leven dat zich kenmerkt door
gebed, afzondering en eenvoud. Ze leven van wat de natuur (uitgezonderd
vlees) te bieden heeft.
De kloosterlingen, trappistinnen genoemd, beschouwen een leven in stilte
als noodzakelijk om tot innerlijke rust te .komen. Een absolute voorwaarde,
aldus de zusters, in de zoektocht naar God. Door de oprukkende bebouwing
is hun abdij geen oase van rust meer. Het neogotisch kloostercomplex,
in 1937 gesticht in een landelijk gebied, dreigt de komende jaren volledig
ingesloten te worden. Dé reden om Berkel-Enschot te verlaten.
Een
dertigtal nonnen neemt, als God het wil, volgend voorjaar zijn intrek
in een gloednieuw kloosterslot in een afgelegen, verstild landschap.
Op de grens van Arnhem en Oosterbeek, pal achter het golfterrein van
nationaal sportcomplex Papendal. in een uithoek van het omvangrijke,
bosrijke en heuvelachtige terrein van de missionarissen van de congregatie
Mill Hill.
Met de bouw van de abdij - een miljoeneninvestering - met bijbehorend
park op het landgoed Johannahoeve geven de trappistinnen aan vertrouwen
in de toekomst te hebben. Kloosterorden mogen overal met de ondergang
bedreigd worden, de com-muniteit van de trappistinnen kent in Nederland
nog groei.
Een voor de Lage landen unieke ontwikkeling. Opmerkelijk, omdat leven
en werken van de zusters zich niet buiten, maar voornamelijk binnen
de kloostermuren afspeelt. Ook staat de Cisterciënzer orde van
de Strikte Observantie als een strenge orde te boek. „Alleen lang
niet zo streng meer als vroeger", aldus abdis Benedict. Vroeger
is tot 1967. Tot die tijd hebben de zusters nog achter tralies gezeten.
Ze waren afgesloten van de buitenwereld en tijdens de spaarzame bezoekuren
strikt gescheiden van familie door een hekwerk in de spreekkamers.
Het aloude verbod op contact, met name door aanraking, vindt zuster
Benedict 'onchristelijk'. „De liberalisering van het kloosterleven
als gevolg van het Tweede Vaticaans Concilie - waarmee de rooms-katholieke
kerk medio jaren zestig haar beleid versoepelde - heeft in dat opzicht
veel ten goede veranderd", aldus abdis Benedict Thissen (56).
Abdij Koningsoord heeft een levensvatbare kloostergemeenschap. De gemiddelde
leeftijd is 58 jaar: De jongste kloosterling is 27, de oudste 98. Op
dit moment kent de abdij zes zusters in vorming. Nieuwelingen die intreden,
worden novicen genoemd. Mei 2007, met Pinksteren, is de laatste nieuwkomer
verwelkomd. „De vormingstijd (ingroei in de gemeenschap en in
het kloosterleven) duurt vijf tot zes jaar. Dat is een lange weg, maar
biedt de novice de gelegenheid te zien of zij de juiste keuze heeft
gemaakt", zegt moeder-overste Benedict. „Of dit is wat ze
echt wil."
Eenderde van de novicen haakt vroeg of laat af. Het kloosterleven is
zwaar en confronterend. „Het is een geïsoleerd bestaan, in
een kleine gemeenschap. Je loopt tegen grenzen op. In het klooster leer
je jezelf goed kennen. Mensen die zichzelf heel vriendelijke, geduldig
en verdraagzaam vinden, ontdekken bijvoorbeeld hier dat ze dat helemaal
niet zijn", aldus de moeder-overste.
Volgens
priorin Lieve is er niet zoveel verschil in de wijze waarop mensen,
binnen of buiten de kloostermuren, met elkaar omgaan.
Karakters botsen, belangen kunnen tegengesteld zijn. Het gaat erom hoe
je met elkaar omgaat.
gen die intreden, worden novicen
noemd. Mei 2007, met Pinksteren laatste nieuwkomer verwelkomd. mingstijd
(ingroei in de gemeenschap in het kloosterleven) duurt vijf tot Dat
is een lange weg, maar biedt
Eenderde van de novicen haakt v de gelegenheid te zien of zij de ju
ze heeft gemaakt", zegt moeder-o
Benedict. „Of dit is wat ze echt w laat af. Het kloosterleven
is zwaar fronterend. "Het is een geïsoleerd staan, in een
kleine gemeenschap loopt tegen grenzen op. In het kooster niet zijn",
aldus de moeder-overste
Volgens priorin Lieve is er niet zo veel verschil in de wijze waarop
mensen, binnen of buiten de kloostermuren met elkaar omgaan.
Wereldse problemen den zich hier op microniveau voor. Het klooster is
als het ware een snelkookpan, waarin indrukken en gevloensn onder hoge
druk komen te staan.
„ Daar moet je mee om leren gaan, want je kun elkaar hier niet
ontwijken. Het gaat erom dat je elkaars zwakheden leert te aanvaarden
en te verdragen," Als het om wereldse beproevingen gaat, hebben
de trappistinnen Benedict en Lieve meer ervaring opgedaan dan hen lief
is.
In
1995 ontdekken ze tot hun schrik dat de gemeente Tilburg wil uitbreiden,
ten koste van het landgoed van de abdij. Hun abdij staat, in de gemeentelijke
plannen, een nieuwe woonwijk in de weg. „We voelden ons als ratten
in de val", erkent zuster Benedict. Temeer omdat even daarvoor
fors is geïnvesteerd in de ombouw van een stallencomplex tot ruimten
voor onder andere restauratieateliers (weefatelier en boekbinderij).
Het dilemma is `verzet of vertrek'. Het is kiezen tussen twee kwaden.
De trappistinnen besluiten met bloedend hart de wijk te nemen. Waar
naartoe? Een zoektocht met een aaneenschakeling van teleurstellingen
breekt aan. In tien jaar tijds bekijken de zusters een dertigtal plekken
in de buitengebieden van Noord-Brabant. Een nieuw klooster op een voormalig
defensieterrein in Oisterwijk lijkt de beste optie, maar stuit op verzet
van een vogelwerkgroep.
„Bestuurders op gemeentelijk en provinciaal niveau hebben al die
tijd niets gedaan om ons ter wille te zijn. We hebben ons asielzoekers
in eigen land gevoeld. Niemand heeft een vinger voor ons uitgestoken.
Er is veel over, maar weinig met ons gesproken", zegt abdis Benedict.
Bij toeval horen de trappistinnen van de
plannen van de congregatie Mill Hill om het Sint Jozefhuis, op de grens
van Arnhem en Oosterbeek, af te stoten. De paters hebben het niet meer
nodig. Het is een toplocatie. En, niet onbelangrijk, op het terrein
rust de bestemming `klooster'. Benedict: „Voor veel zusters is
deze keuze even slikken geweest. Ze hebben moeite gehad om Noord-Brabant
te verlaten. Toch heeft de gehele communiteit letterlijk ingestemd met
de vestiging van de abdij boven de grote rivieren. Het is een keuze
voor de toekomst." In nog geen drie jaar weet Koningsoord in de
gemeente Arnhem het licht op groen te krijgen voor de sloop van het
Sint Jozefhuis (afgelopen najaar) en de bouw (dit voorjaar) van een
nieuwe abdij in Romaanse stijl, inclusief kerk met tachtig zitplaatsen,
de aanleg van een park, een wandelbos en een eigen begraafplaats. Het
terrein heeft een totale oppervlakte van zestien hectare.
Eeuwenoude
traditie houdt orde levend
God zoeken en Christus volgen.
In eenvoud, stilte en afzondering. Daarop is het levensbeschouwelijk
leven van de zusters van de abdij Onze Lieve Vr ouw van Koningsoord
in Berkel-Enschot gericht. Ze leiden een kloosterlijk bestaan volgens
de regels van Sint Benedictus, de grondlegger van het kloosterleven
in de Latijnse (westerse) wereld.
De zusters behoren tot de orde der Cisterciënzers van de Strikte
Observantie. Zij leven uitsluitend een beschouwelijk (of: contemplatief)
leven zonder apostolaat buiten het klooster. Deze orde vindt zijn oorsprong
in de stichting van het klooster Citeaux, in 1098 in Cistercië
in Frankrijk, door Robertus van Molesme en zijn volgelingen.
In
de volksmond worden de monniken en monialen (zusters) ook wel trappisten
genoemd. De naam is een verwijzing naar de Abdij Notre Dame de la Grande
Trappe. De orde is bij een breed publiek bekend vanwege de biersoort
die in hun abdijen gebrouwen wordt. De monniken van abdij Koningshoeve,
eveneens in Berkel-Enschot, maken trappistenbier La Trappe. `
Hun `zusters' in abdij Koningsoord genieten faam op het gebied van boekbinderij,
weefkunst, restauratiewerk en kerkgezang (op cd verkrijgbaar). Ze proberen
door het werk in eigen onderhoud te voorzien. alles gebeurt binnen de
kloostermuren.
heet motto is ‘bid en werk’. In een voud en stilte (zwijgen
is een gorte deugd) trachten de trappostinnen zich volledig te richten
op god.
Sdat doen e ze door het bidden vande getijden (zefn keer er dag), de
vieirng vande eucharistie, meditatie, arbeid en het ontvangen van gasten.
De trappistinnen hebben in Nederland vijdf abdijen: in Berkel-enschot,
diepenveen, Echt, tegelen, en zundert. Nedrland kent kent nog maar één
trappistenenabdij, te weten de abdij O.L.vr. van Koningsoord in Berkel-enchot.
Het
klooster krijgt een binnen- en buitenslot. 'Het binnenslot, inclusief
37 cellen (privévertrekken), is alleen voor de zusters toegankelijk.
In het buitenslot komen onder andere een kloosterhof en een gastenhof,
gastenverblijven en kamers voor retraitanten, mensen die binnen de muren
van de abdij tot rust en bezinning willen komen. Door het gebruik van
grote, ronde ramen is er veel lichtval in de vertrekken van het kloosterslot.
„We laten zo de ons omringende natuur binnenkomen. We putten kracht
uit de natuur", zegt zuster Lieve. Hoe anders zijn ze gewend? Vanuit
hun sobere, kleine cellen hebben de meeste zusters nu nog alleen via
een dakkapelletje zicht op de hemel. Hun klooster is een labyrint, waarin
het licht haast geen kans krijgt om strepen te trekken. De trappistinnen,
die normaliter zelden buiten de kloostermuren komen, beginnen al te
wennen aan het idee van een nakend vertrek. Als het moet, zouden ze
bij wijze van spreken morgen al kunnen gaan. Aan materieel bezit hechten
ze geen waarde. Per persoon gaat hooguit een koffertje mee.
Wel staat op de verhuislijst welke beelden van beschermheiligen mee
moeten.
En dat zijn er nogal wat. Ook moet het orgel mee. Inmiddels beginnen
de zusters ook al voor¬zichtig uit te kijken naar hun nieuwe stek
in Arnhem.
Kennen ze de locatie wel? Benedict en Lieve, knikken. „Al in een
vroeg stadium hebben we het besluit genomen ter plaatse een kijkje te
nemen. In alle stilte. Met kleine delegaties. We hebben onze habijten
afgelegd en. zijn in burgertjeren met onze auto's naar het landgoed
johannahoeve afgereisd. Noodzakelijk om
niet al te veel opzien te baren bij de paters, die op dat moment nog
niet op de hoogtewaren van onze belangstelling voor he Sint Jozefhuis.
De missie is geslaagd,
het doel is bereikt.

naar
boven